Ondersteuning IDEXX VetMedLab

070 700 7033

Veelgestelde vragen

Wat moet ik doen als ik een monster wil inleveren voor een test die niet in de lijst op het aanvraagformulier staat?

U kunt bellen naar IDEXX-laboratoria: 0203 7887 508. Veel aanvullende of speciale tests zijn beschikbaar op het laboratorium.

 

Wat moet ik doen als ik niet voldoende bloed kan verzamelen voor alle tests die ik wil aanvragen bij een bepaalde patiënt?

U kunt bellen naar het laboratorium: 0203 7887 508. Wij kunnen u misschien helpen te bepalen welke tests de voorkeur hebben of u alternatieven bieden, en we kunnen uw voorkeuren op het aanvraagformulier invullen.

 

Wat moet ik doen als ik een vraag heb over het inleveren van een monster of de interpretatie van een uitslag?

Als het antwoord op uw vraag niet bij de Veelgestelde vragen staat, kunt u bellen naar IDEXX-laboratoria: 0203 7887 508. Ons team voor Interne geneeskunde staat klaar om u te informeren over diagnostische tests, om laboratoriumuitslagen uit te leggen en om u te adviseren over de behandeling van de honden en katten in uw praktijk. Voor alle andere diersoorten kiest u Optie 1. Daarnaast kunnen onze teams voor Klantenondersteuning en Administratie uw algemene vragen beantwoorden, bijvoorbeeld over het inleveren van monsters, en kunnen onze laboratoriummanager en laboranten vragen beantwoorden over specifieke hulpmiddelen of testprocedures.

U kunt bellen naar IDEXX-laboratoria op 0203 7887508:

Optie 1: Klantenservice – Voor algemene vragen over tests of diensten. Kies vervolgens:

  • Optie 5, optie 1: Interne geneeskunde 
  • Optie 5, optie 2: Klinische pathologie 
  • Optie 5, optie 3: Anatomopathologie 
  • Optie 5, optie 4: Andere diersoorten

 
Ons team voor Interne geneeskunde staat klaar om u te informeren over diagnostische tests, om laboratoriumuitslagen uit te leggen en om u te adviseren over de behandeling van de honden en katten in uw praktijk. Daarnaast kunnen onze teams voor Klantenondersteuning en Administratie uw algemene vragen beantwoorden, bijvoorbeeld over het inleveren van monsters, en kunnen onze laboratoriummanager en laboranten vragen beantwoorden over specifieke hulpmiddelen of testprocedures.

Hoeveel bloed is er minimaal nodig voor een volledig bloedbeeld?

Als u een standaard EDTA-bloedbuis van 1,3 ml gebruikt (roze dop), vult u die tot het streepje voor een kwalitatief goed monster. Lever altijd een uitstrijkje in.

 
Hoeveel serum is er minimaal nodig voor een chemische screening?

Minimaal 0,5 ml serum.

 
Hoeveel serum is er minimaal nodig voor een cortisolbepaling?

Minimaal 0,5 ml serum.

 
Hoeveel serum is er minimaal nodig voor het bepalen van de totale en vrije T4?

Minimaal 0,6 ml serum.

 
Wat is de minimale monstergrootte voor een stollingsprofiel?

Voor bepaling van de PT/PTT (protrombinetijd/partiële tromboplastinetijd) is de verhouding tussen bloed en anticoagulans (citraat) cruciaal (1 deel citraat : 9 delen bloed). In de 1 ml-citraatbuizen met groene dop die wij verstrekken, dient 1 ml bloed te zitten. Vul de buis tot het juiste niveau en check of de houdbaarheidsdatum niet is verstreken.

Bloedplaatjesklonten worden gevormd tijdens de venapunctie, het bewaren van het bloed in de EDTA-buis of het maken van een uitstrijkje. Ze geven de normale neiging tot klontering weer van bloedplaatjes en zijn ‘artefacten’ zolang ze niet in het bloed van de patiënt circuleren. Voor de bepaling van de hoeveelheid bloedplaatjes is het klonteren juist belangrijk. Als de bloedplaatjes niet evenredig in het monster zijn verdeeld, kan de bloedplaatjestelling te laag uitvallen. In de IDEXX-laboratoria beoordelen laboranten een bloeduitstrijkje van ieder volbloedmonster, om het aantal bloedplaatjes te schatten en de aanwezigheid van bloedplaatjesklonten vast te stellen.

Het klonteren van bloedplaatjes kan worden geminimaliseerd door de vene in één keer goed aan te prikken, het bloed onmiddellijk in de EDTA-buis te doen en het monster voorzichtig te schudden. Soms is dit niet voldoende om klontering te voorkomen. Als het bloed herhaaldelijk te veel klonten bevat om een adequate bloedplaatjestelling uit te voeren, kan het bloedmonster worden opgetrokken in een met heparine gespoelde spuit voordat het in de EDTA-buis (met roze dop) wordt gedaan. Er is minder bloedplaatjesklontering als de monsters indien mogelijk uit de vena jugularis worden afgenomen.

Ja.

Juiste behandeling van het monster is cruciaal. Het bloed moet worden gecentrifugeerd zodra klontering is opgetreden. Het serum moet afgeschonken en koel bewaard worden. Hemolyse beïnvloedt de uitslag. Als er in het monster hemolyse is opgetreden, moet er een vers monster worden afgenomen. Om een insulinoom vast te stellen moet de insulinespiegel worden gemeten als de bloedglucose < 60 mg/dl is. De bepaling van de glucoseconcentratie in serum of plasma (buis met grijze dop) is bij de prijs van de insulinebepaling inbegrepen.

Om de diagnose van een insulinoom te stellen moet gelijktijdig met het gescheiden serum een fluorideoxalaatmonster worden ingeleverd, afgenomen na 12-14 uur vasten van het dier of tijdens een klinisch vastgestelde hypoglykemie. Het fluoridemonster wordt gebruikt om de bloedglucose te controleren en de veranderde verhouding tussen insuline en glucose te berekenen.


We horen graag van u

Vult u a.u.b het onderstaande formulier in en onze klantenservice zal uw vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden.

IDEXX hecht groot belang aan de juiste verwerking van persoonlijke gegevens.
Zie ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte van al onze evenementen en meer.